Toen Nel van Ginkel-Hetjes (1936) op 14-jarige leeftijd van school afkwam, was er nauwelijks werk voor jonge mensen in Edam. “Er was niet zoveel keus, dus ik was blij dat ik bij Fris aan de slag kon. Ik was gek op handenarbeid en kon in de fabriek aan de slag: oortjes aan de kopjes plakken. En langzamerhand ging je dan ook andere dingen doen in de gieterij. Zo maakte ik klein werk als schotels, kopjes en schaaltjes, soms ook grote stukken als thee- en koffiekannen.”

Nel van Ginkel- Hetjes aan het werk bij Fris Edam

Ze bewaart warme herinneringen aan Fris. “Het was één grote familie, ook de bazen. Fris junior was een ontzettend fijne man, meelevend met het personeel. Wanneer er iets was, bij voorbeeld een sterfgeval of bij ziekte kwamen ze meteen, zowel meneer als mevrouw Fris, om te helpen. Senior kwam één keer per week. Dan liep hij de fabriek door en maakte met iedereen een praatje. Ja ook met mij, echt heel gezellig!”

Van Ginkel-Hetjes maakte ook in 1969 het einde mee, het was een neerslachtige tijd. “Bij de uitverkoop was ik erbij. We pakten alles in wat er nog verkocht werd. Dat was heel droevig. Het werk was gedaan.”

Foto: Keramiekmuseum Princessehof